® International Academy for Interior Design/Instituut voor Binnenhuisarchitectuur/IVB


HOME

DIERGEDRAG

Het waarnemen van diergedrag leert ons dat het een en ander over de soorten straling, die door de mens al of niet goed verdragen zijn.
Honden zoeken in principe plaatsen op met een positieve straling of stralingsvrije plaatsen, vooropgesteld dat de trouw aan hun baas niet boven hun eigen instinct uit gaat.
Katten daarentegen zoeken altijd gestoorde plaatsen op.
Ligt je kat graag op een speciale plaats, dan kun je bijna blindelings aannemen dat de plek gestoord is en door de mens beter gemeden kan worden.
Ooievaars zoeken uitsluitend die plekken op waar ook de straling 'levenskracht aanwezig is.
Zomaar een wagenwiel op een paal in een weiland zetten helpt niet, het dienen speciaal uitgezochte plekken te zijn. Daar zit waarheid in: de plaats die een ooievaar uitzoekt bevordert de vruchtbaarheid.

Zwaluwen nestelen ook uitsluitend op positieve plaatsen, wees dus blij met een zwaluwnest aan uw huis, het is een goed teken.
Mieren, diverse torren, bijen, wespen, uilen, vleermuizen enz. zoeken speciaal gestoorde plaatsen op.
Paarden, koeien, varkens, kippen, de meest vogels, verschillende kleine huisdieren zoals ratten, muizen, cavia's, konijnen enzovoort zoeken positieve plaatsen.
Zo is aan veel dieren te zien hoe het met de straling is gesteld.
Door het goed waarnemen van de begroeiing is het ook mogelijk veel te weten te komen over de bodemgesteldheid met betrekking tot het stralingsniveau en de soorten straling. Vlierbessen staan bijna altijd op de rand van een waterader. Omdat deze planten zichzelf sterk uitzaaien, zijn zij tamelijk goede graadmeter.
Bomen die scheef weggroeien proberen vaak een ondergrondse waterader te vermijden.
Heksenbezems in bomen zijn een indicatie van een storende invloed in de ondergrond.
Bomen die zich sterk in tweeën splitsen, zijn veelal een aanduiding dat er in de ondergrond en kruising van twee wateraders aanwezig is.
De volgende bomen, struiken en planten staan bij voorkeur op gestoorde plaatsen: esdoorn, eik, els, wilg, acacia, vlierbes, hazelaar, marjolein, brandnetel, vingerhoedskruid, bereklauw, hulst, adelaarsvaren, sintjanskruid, kalmoes en duizendguldenkruid.

Op goede plaatsen vinden we: beuk, den, (fijn)spar, berk, kers, pruim, appel, peer, perzik, aalbes, kruisbes, sering, alle groenten en granen en veel bloeiende planten zoals zonnebloem, azalea, begonia, geranium, aster, chrysant, viooltje, roos, anjer, primula enzovoort maar ook kamerlinde.
Sommige kamerplanten, vooral geraniums, azelea's en varens hebben de neiging op een speciale plaats -die dan gestoord blijkt te zijn- wild en snel te groeien, om vervolgens dood te gaan.
Ze reageren op een ondergrondse waterader.
Waarnemingen aan gebouwen kunnen ons iets leren over de geologische ondergrond en de soort straling die we kunnen verwachten.
Optrekkend vocht is een duidelijke indicatie voor een ondergrondse waterloop.
Bepaalde verkleuringen in de gevel kunnen aangeven dat er een storende straling aanwezig is.
Scheuren in beton en metselwerk, die niet duidelijk door de constructie veroorzaakt worden, geven zeer vaak aan dat in de ondergrond een geologische breuk aanwezig is.

Zie ook:
-WONEN & INTUÏTIE-
-STRALING-
-DE INVLOED VAN STRALING-

HOME