® International Academy for Interior Design/Instituut voor Binnenhuisarchitectuur/IVB


HOME

KLEURMANIA 1

Zie ook:
-KLEURMANIA 2-

OUDE GRIEKEN
In Romeinse schilderingen uit Pompeï zijn maar 29 kleuren ontdekt; het klassieke Grieks kleurenpallet was nog beperkter. In het mengen van kleuren zagen de Griekse filosofen een conflict; het aantasten van de (kleur)zuiverheid.

Pompeï

De zuiverheid die ook de basis was van de Griekse wereldordening. De praktische reden om niet te mengen was dat de Griekse kleuren, gemaakt van pigmenten uit planten en aarde, zo zwak zijn dat ze gemengd altijd een vuil bruin of grijs opleveren. De moderne verfindustrie produceert daarentegen op grote schaal zo'n vierduizend synthetische kleuren, in allerlei materies. Deze overvloed leidde op zijn beurt weer tot een kleurenfobie een chromophobia, constateert de Brits kunstenaar David Batchelor in 2000 in een gelijknamig boek. Die fobie is vooral te vinden in de hogere kunstkringen; in kunstwerken zelf, in musea, in de woningen van verzamelaars. De ware estheet is op zoek naam maximale controle over de visuele omgeving, en komt daardoor de shock van de ongeorganiseerde normloosheid van zo veel kleuren niet meer te boven. Zo werd enthousiasme voor kleur synoniem met 'goedkoop', infantie, feminie, oppervlakkig, cosmetisch. In de zeventiende eeuw, toen olie voor het eerst als bindmiddel voor pigmenten werd ontdekt, rook olieverf juist naar een fenomenale nieuwe rijkdom: aan nieuwe kleuren, kleurschakeringen, onderwerpen en opdrachtgevers. Het werd de eerste revolutie in de schilderkunst. Voor de devotie van anonieme monniken op wie de schilderkunst van de vroege Middeleeuwen steunde, volstond nog het eigeel en eiwit dat als belangrijkste bindmiddel werd gebruikt om van kleurpoeder (pigment) een vloeibare, uitstrijkbare emulsie te maken. De beperkingen van die verf; snel droog en weinig mengmogelijkheden, knelden nergens. De buitenwereld, met al zijn uitdagingen in kleur en kleurnuances, in licht en donker, was letterlijk en figuurlijk nog niet in beeld. Religieuze symboliek en hiërarchie bepaalden de keuze en ordening van een beperkte hoeveelheid pigmenten en kleuren. de prijzigste kleuren golden ook als de 'heiligste': het stralende ultramarijnblauw (gemalen halfedelsteen lapis lazuli); het heldere vermiljoenrood (zwavelzuur en kwik); en (blad)goud. De beperkingen van het materiaal, maar ook de ondubbelzinnigheid van de leer over vorm en voorkomen van heilige personen, eiste dat die kleuren vooral duidelijk, vlak en glad werden opgebracht; en zo hielden deze pigmenten ook hun grootste kracht, zuiverheid en 'heiligheid'. Maar met olie als bindmiddel kleurt het aanbeden middeleeuwse pigment juist wat donkerder en een groot deel van zijn helderheid en jracht blijft behouden. Alleen in mengvorm met niet-heilig loodwit, werd ultramarijn-met-olie weer een stralend blauw.


ALCHEMISTEN
In de laat-middeleeuwse alchemistische experimenten was een verandering in kleur een teken dat een stof was veranderd in een nieuwe stof. Zo kwamen als 'bijproduct' van dit soort experimenten nieuwe pigmenten beschikbaar. Voor deze goedkopere alternatieven voor de dure 'heilige' kleuren was veel belangstelling. Schilders observeerden hun omgeving en vergeleken hun traditioneel middeleeuws kleurenpalet met de natuur. Ze bleken veel te kort te komen. Als ontwikkelde burgers beschikten kunstenaars al over meer of minder alchemistische kennis. En gingen ze experimenteren met nieuwe pigmenten en het nieuwe bindmiddel (lijn)olie, dat vooral verbonden is met de naam Jan van Eyck (circa 1390-1441).
Jan van Eyck (1390-1441) Geboortejaar staat niet helemaal vast.

Albert Dürer (1471-1528)

Mathias Grünewald (1470-1528)
 
Van Eyck en Duitse schilders als Albrecht Dürer en Mathias Grünewald verwerkten ook alchemische symbolen in hun werk. Ateliers kochten hun grondstoffen bij de apotheker: de chemicus avant la lettre; de Duitse schilder Lucas Cranach had zelf een apotheek. Opdrachtgevers lieten hoeveelheden en kwaliteit van te gebruiken pigmenten vastleggen in contracten.

Lucas Cranach (1472-1553)
 
HARMONIE
In verbinding met olie behoudt een pigment veel meer zijn eigen kleureigenschap dan in eigeel, of water-met-kalk voor een fresco. Met olieverf kon daardoor die veel grotere variatie aan kleuren en tinten worden gemengd die nodig is om een naturalistisch beeld te schilderen van bijvoorbeeld soorten textiel, huid, haar en lichtinval. De nieuwe pigmenten en kleurtonen en de nieuwe kijk op de wereld maakten een nieuwe ordening van kleuren noodzakelijk. Uit een middeleeuws paneel springen de 'heilige' kleuren, en de heilige personen die ermee geschilderd waren, meteen in het oog. Wat ook de bedoeling was. Maar in de gewone wereld liggen de (kleur)zaken veel minder eenvoudig. Waar religieuze hiërarchie aan invloed verliest, wordt ’harmonie’.

HOME