GEBRUIKSAANWIJZING: 
Gewoon naar beneden scrollen of eventueel klikken op een gekleurde onderstreepte tekst.
Wil je een specifiek 
hoofdonderwerp klik dan op één van de titels bovenin de balk.

® International Academy for Interior Design/Instituut voor Binnenhuisarchitectuur/IVB

ELSEBETH UIT NEDERLAND?
PININFARINA UIT ITALIË?



Elsebeth is overleden op zaterdag 18 juli 2009 ’s-ochtends om kwart over zes.

We zullen haar als buurtbewoonster missen.

Bijna elke morgen als ik wandel met mijn hond 'Bram' kwam ik Elsebeth van Blerkom tegen samen met haar hond 'Bonne'. Ze was een beetje slecht ter been, vandaar dat Steven of René Pekelharing met haar meeliep. En dan was er nog hun teckeltje 'Spetter'. 
We maakten, als we elkaar tegenkwamen, altijd een gezellig (buur) praatje. Ze komt oorspronkelijk uit Vlissingen, maar woonde al heel lang in het mooie Gooi.
* Bonne is geadopteerd door een familie in Nieuwegein.
* Spetter is overleden op maandag 20 juli.

Maar wat had Elsebeth met Pininfarina te maken?


In Amsterdam hebben de Belgische spoorwegen (NMBS) en NS Hispeed onlangs de hogesnelheidstrein voor het traject Amsterdam – Brussel gepresenteerd. NMBS-directeur Michel Jadot en Michiel van Roozendaal, directeur NS Hispeed, onthulden daarbij de nieuwe naam van de trein: Fyra.


De Fyra-testtrein die de komende weken met enige regelmaat op het HSL-traject tussen Amsterdam en Brussel te zien zal zijn. Het design is van het Italiaans bureau Pininfarina.  

De eerste hogesnelheidstrein van de Italiaanse fabrikant Ansaldo Breda  arriveerde in april al in Nederland. De trein heeft volgens NS-Hispeed inmiddels met succes een belangrijk deel van het testprogramma doorlopen


Elsebeth van Blerkom is een Nederlandse ontwerper in ruste. 
In de 50-er jaren werkte zij als industrieel vormgeefster voor Stork.  In 1957 kreeg zij grote bekendheid als ontwerpster van de kopvorm van het motorrijtuig van de eerste Nederlands-Zwitserse TEE-treinstellen.
In een televisie-uitzending op 10 december 2007 vertelde zij, dat zij vijftig jaar geleden voor het ontwerp van de kopvorm advies had ingewonnen over de aerodynamica. De voorkant moest de vorm van een druppel krijgen. Bij het presenteren van haar ontwerp werd de vorm goedgekeurd, op voorwaarde dat de aerodynamiek ook goedgekeurd zou worden. Maar dat rapport had ze al bij zich. Daarop werd er beslist dat er onmiddellijk met de bouw begonnen zou worden.

De Nederlandse Spoorwegen (NS) en de Zwitserse Spoorwegen (SBB) kwamen overeen om gezamenlijk een nieuw dieseltreinstel te ontwikkelen. Hierbij ging men uit van een vierwagentreinstel, bestaande uit een motorwagen, twee tussenrijtuigen en een stuurstandrijtuig.  Een der tussenrijtuigen werd gedeeltelijk ingericht tot restauratierijtuig. In Nederland kregen zij de serie-aanduiding DE4, in Zwitserland werd het RAm. Zo kwamen er de treinstellennummers: NS DE 1001-1003 en SBB RAm 501-502. Alle vijf treinstellen werden gestationeerd in Zürich. Ieder treinstel kon 114 passagiers vervoeren.
De Nederlandse fabriek van Werkspoor in Utrecht bouwde de motorwagens naar ontwerp van ontwerpster ELSEBETH VAN BLERKOM. De kop van de TEE-treinstellen stond enkele jaren later model voor de bouw van DE3-treinstellen Plan U. De tussenrijtuigen werden door de Schweizerische Industrie Gezellschaft (SIG)  in Zwitserland ontworpen. Door de lage bouwwijze, die was afgeleid van de eenheidsrijtuigen van de SBB, hadden zij een typisch Zwitsers uiterlijk. De kopvorm van het stuurstandrijtuig was gelijk aan die van de motorwagen.

Achter de motorwagen volgde een rijtuig met negen afdelingen met ieder zes zitplaatsen, waar 54 reizigers plaats konden nemen. Na dit rijtuig volgde het restauratierijtuig met keuken en 32 zitplaatsen. Verder waren er nog 18 zitplaatsen in een grote afdeling. De zitplaatsindeling was 2+1, alle plaatsen waren tegenover elkaar geplaatst. Ook het stuurstandrijtuig was met een grote afdeling uitgevoerd, met daarin 42 zitplaatsen. Direct achter de stuurstandcabine bevond zich een slaapafdeling voor het personeel


De beschildering van het treinstel was uitgevoerd in de TEE-kleuren purperrood en beige, waarbij in tegenstelling tot de DB afgezien werd van sierlijsten. Aan de stuurstandeinden van de trein liep het rode kleurvlak schuin naar boven. Boven de vensters van het restauratierijtuig stond de tekst 'TRANS EUROP EXPRESS' geschilderd. De naam van de spoorwegmaatschappij (NS of SBB-CFF) en het wagennummer waren slechts met kleine letters op de motorwagen aangegeven.

Het latere model Plan U